Zekerheid in zorg

Armoede

Posted by admin in Laatste nieuws | 0 comments

 

“Het gaat goed met onze ouderen.” Dat hoor je vooral in Den Haag. “Er is geen land dat zo’n goede ouderdomsvoorziening heeft als Nederland. En de meeste ouderen hebben nog een goed aanvullend pensioen.”

Maar niet alle ouderen hebben het goed. Hierover heb ik het gehad in Den Haag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer op 3 februari en later in een gesprek met staatssecretaris van Ark.

 

Armoede wordt niet alleen bepaald door een laag inkomen maar ook door niet beïnvloedbare uitgaven voor wonen, zorg, warme maaltijden.

Een oudere met alleen een AOW-uitkering die in een eigen huis woont zonder hypotheek heeft het niet rijk maar kan daar redelijk van leven.

Een oudere met alleen een AOW-uitkering die in een woonzorgcentrum een huur moet betalen van €667 + servicekosten van €85 en bovendien niet meer door ziekte zelf kan koken leeft in bittere armoede!

De beleidsadviseurs zoals NIBUD, SCP, CBS houden met die uitgaven onvoldoende rekening. Omdat de verschillen in woonlasten in ons land zo groot zijn zal ook de armoede voor een deel lokaal bepaald worden. De huurtoeslag compenseert de hoge huren slechts gedeeltelijk. Woon je noodgedwongen in een woning boven de aftoppingsgrens dan word je nog extra ‘gestraft’.

 

Armoede wordt niet alleen bepaald door een laag inkomen en niet beïnvloedbare uitgaven maar zeker ook door de duur van deze situatie.

Er wordt door de overheid graag een verschil gemaakt tussen mensen die leven in de bijstand en mensen die alleen AOW hebben. Een alleenstaande AOW-gerechtigde heeft in 2020 netto €1187 excl. vakantiegeld. Een bijstandsgerechtigde heeft een inkomen van €1052 excl. vakantiegeld.  Gemiddeld zit iemand in Gemert-Bakel 4,5 jaar in de bijstand. Iemand met alleen AOW heeft dat inkomen vanaf de 66 jaar en 4 maanden tot de dood. Ik besef heel goed dat voor mensen die langdurig in de bijstand zitten het sociaal minimum onvoldoende is, maar ouderen met doorgaans hogere huren en servicekosten, hogere zorgkosten, hogere vervoerskosten die bovendien geen recht hebben op de individuele inkomenstoeslag (de vroegere langdurigheidstoeslag) zijn horen door de duur van hun lage inkomen en hoge vaste lasten tot de groep van mensen die leven onder de armoedegrens.

 

Ons systeem van huur- en zorgtoeslag, van WMO-voorzieningen, van minimavoorzieningen, van vervoersvoorzieningen, kwijtschelding, arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen is zo ingewikkeld dat hulpverleners, laat staan kwetsbare ouderen het nog begrijpen.

Bovendien is de uitvoering zo versnipperd dat ook een begin van samenhang niet te vinden is.

Dat leidt tot ongelooflijke bureaucratie. Dat leidt ertoe dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt.

Het belasting- en CBR debacle zijn de meest recente voorbeelden hoever uitvoering van de burger is komen staan. Maar ook onze “Karel” uit Gemert wacht al 7 maanden op een besluit of hij geld krijgt om vanuit de bijzondere bijstand om naar de tandarts te gaan………

 

Gemeenten komen vrijwel allemaal geld tekort op het Sociaal Domein. Logisch dat de wethouder financiën zijn college van het sociale domein houdt aan zijn begrote budget.

Dat leidt ertoe dat goed functionerende wijkteams gereorganiseerd worden. Er weer een knip komt tussen WMO en inkomensondersteuning. Sowieso zijn deze werelden in veel gemeenten helaas nog gescheiden. Concreet: Een WMO-consulent houdt zich in de huiskamer niet bezig met een participatieregeling of bijzondere bijstand. Wie dan wèl? Weet de burger van die regelingen en waar kan hij daarvoor terecht?

 

Minimavoorzieningen zijn per gemeente anders.

“Dat hoort tot de autonomie van de gemeenten” hoor ik de staatssecretaris zeggen. Maar wanneer Karel (alleen AOW) in Gemert-Bakel woont had hij in 2019 geen recht op de participatieregeling en bijzondere bijstand wanneer hij een aanvullend pensioen had van €46 omdat Gemert Bakel een grens kent van 110% van het sociaal minimum. Woonde Karel in een gemeente met een 130% grens dan had hij geen recht meer bij een aanvullend pensioen van €277. Gemeenten mogen alleen aan inkomensondersteuning doen maar de verschillen zijn wel erg groot! Met die tekorten geloof ik niet dat Gemert-Bakel snel die grens gaat verhogen!

 

“Gemeenten moeten maatwerk leveren.”

Dat vindt de staatssecretaris en dat ben ik met haar eens. Maar leveren gemeenten maatwerk? Zijn ze in staat om maatwerk te leveren?

 

De regels m.b.t. bijzondere bijstand gaan niet uit van de burger maar van de regels, de normen. Bekend zijn de richtlijnen van Schulinck. Per probleem en zonder samenhang wordt zeer uitvoerig bepaald of je recht hebt op bijzondere bijstand en hoe hoog het bedrag kan zijn. Vergoeding van medische kosten vanuit de bijzondere bijstand moeten als “buitenwettelijk begunstigingsbeleid” gezien worden.

 

Ik zou graag zien dat op basis van de persoonlijke situatie gekeken wordt wat noodzakelijk is.

Ik zou de verhouding tussen inkomen en vaste lasten als uitgangspunt nemen. Overschrijd je daarbij een percentage van bijvoorbeeld 55% dan ontvang je een toelage.

Een herziening van ons sociaal zekerheidsstelsel is hard nodig maar zal nog wel even duren.

 

Hans van Dijk

Comments are closed.